Hij is bescheiden, makkelijk te verzorgen en hij past zich snel aan. Wil je hem opvoeden, dan is dat een hele taak.

De Shiba is intelligent en hij leert snel, maar hij leert alleen wat hij wil leren. Daarom moet je altijd op je hoede zijn: die kleine met zijn engelachtige lachje daagt je voortdurend uit. Maar hoe consequenter je bent in wat je van hem wilt, hoe meer hij van je zal houden. Je moet hem voortdurend dingen laten doen en geef niet op voordat hij ook gedaan heeft wat je wilt. Hij houdt van afwisselende wandelingen. Twee keer een half uur per dag is genoeg, maar de Shiba loopt graag langer. Je kunt zijn reukvermogen uitdagen door hem iets te laten opsporen.

Zijn concentratievermogen en intelligentie kun je prikkelen door allerlei spelletjes. Naar een speciale hondenspeelplaats hoef je alleen maar te gaan als je merkt dat je hond duidelijk behoefte heeft aan lichamelijke inspanning en contact met andere honden. Bergbeklimmen, boswandelingen, strandwandelingen en joggen in het park vindt hij heerlijk. Het is geen zwerver, hij zal altijd in de gaten houden waar je bent, daarbij zal hij wel flink wat afstand nemen. Soms wint het jachtinstinct en kan hij zelfs een poosje wegblijven, maar zal altijd terugkomen op de plaats waar hij u voor het laatst gezien heeft. Laat een Shiba dus alleen los op plaatsen waar hij geen kwaad kan, dus waar geen verkeer is of andere bedreigende situaties.

Borstelen

Het is helemaal niet nodig om de Shiba vaak te borstelen, een pup moet je dit natuurlijk wel leren, maar zodra ze er aan gewend zijn is één borstelbeurt in de week meer als genoeg. Maar in de ruiperiode kun je lachen, het lijkt dan of je geen hond over houdt en het is dan ook aan te raden om zeker om de dag je hond een borstelbeurt te geven. Het is dan wel makkelijk als je de goede spullen hebt: een harkje en een penneborstel (slicker). Het help ook als je regelmatig (zalm)olie door zijn eten doet of schapen vet geeft, dan gaat het verharen een stukje sneller.

Keiko en Rontu net geborsteld

In bad

In bad doen is ook iets wat niet hoeft, tenminste als de hond niet in een hoopje van een koe, een dode vis of zo heeft liggen rollen. Maar ook in bad doen kan je natuurlijk eens een keer doen als het nog een pup is, dan heeft hij dat ook al eens mee gemaakt. Mocht het nodig zijn om hem toch in bad te doen gebruik dan wel een hondenshampoo.

Nagels knippen

Wel nodig is nagels knippen, want die moeten kort gehouden worden. Mocht je onverhoopt een keer in "het leven" knippen dan is bloem (ja, waar je mee bakt) de oplossing, je doet dat op het bloedende nageltje en het bloeden stop eigenlijk vanzelf.

Algemeen

Een kleine, goedgevormde, compacte en gespierde hond. Hij wekt een naïeve indruk en vertoont mooie, snelle gangen. De schouderhoogte en de lengte van het lichaam verhouden zich als 10 : 11. Hij is lenig en actief, trouw, vurig en vrolijk.

Keiko op de uitkijkHoofd

Het voorhoofd is breed. De wangen zijn goed ontwikkeld. De stop is duidelijk aangegeven met een lichte middengroef. De puntige snuit is niet te lang en niet te kort. Rechte neusrug, zwarte neus (vleeskleur is toegestaan bij een witte vacht). De lippen liggen strak aan.

Gebit

De tanden zijn stevig en sluiten goed scharend.

Oren

Klein. Driehoekig. Worden rechtop en licht naar voren gedragen.

Ogen

Tamelijk klein. Driehoekig. Staan goed uit elkaar. Donkerbruin van kleur.

Lichaam

De hals is zwaar en stevig. De schouders zijn goed ontwikkeld en liggen tamelijk schuin. Diepe borst. De ribben zijn goed gerond. Korte en rechte rug. De lendenen zijn breed en krachtig. De buik is licht opgetrokken. Schouderhoogte: reuen 38 tot 41 cm, teven 35 tot 38 cm.

Benen

Van de voorbenen zijn de onderbenen recht. De ellebogen liggen dicht tegen het lichaam aan en de middenvoeten zijn iets schuin geplaatst. De achterbenen hebben lange dijen terwijl de onderbenen kort en goed ontwikkeld zijn. De sprong is goed gericht, stevig en veerkrachtig.

Voeten    

De voorvoeten zijn rond, met goed aansluitende tenen. De voetzolen van de voor- en achtervoeten zijn hard. De nagels zijn hard en zwart.

Staart    

Hoog aangezet. Opgerold in een krul. In lengte reikt hij tot aan de sprongen.

Bijzonderheden 

Gangen: licht, levendig en krachtig.

Diskwalificerende fouten

Monorchisme of cryptorchisme; niet-staande oren; een hangstaart of een korte staart. Ernstige fouten: angst; extreem onder- of bovenvoorbijten Lichte fouten: licht onder- of bovenvoorbijten; kleur van de neusspiegel niet in overeenstemming met de vachtkleur; lichte ogen.

Rasgroep Keesachtigen en oertypen (FCI groep 5)
Aard Vriendelijk, levendig en vrolijk, maar ook gehoorzaam, gevoelig en oplettend.
Gemiddelde Levensduur 14 jaar
Schouderhoogte Reuen tussen de 38 en 41 cm
Teven tussen de 35 en 38 cm
Gewicht

Reuen ongeveer 10 á 12 kg
Teven ongeveer 8 á 10 kg

Vacht Hard en recht met een zachte ondervacht
Kleur Rood,
Rood-Sesam, Zwart-sesam,
Black and tan,
Wit (is geen erkende kleur)
Aanleg Jachthond en gezelschapshond
Omgang met kinderen Zeer goed, mits goed gesocialiseeerd
Omgang met honden Zeer goed, mits goed gesocialiseeerd
Leefruimte Past zich aan en houdt van comfort
Vachtverzorging Regelmatig borstelen en kammen



  




     
    

 

 

 

Portret van een shiba, met Rontu en Keiko

De Shiba is niet dol op al te grote uitingen van sympathie. Hij houdt van zijn mensen, maar dat toont hij door zijn kalme ononderbroken aanhankelijkheid, de rustige warme blik in zijn opmerkzame ogen en een zacht tikje met zijn neus. Omdat hij relatief rustig is, is hij ook geschikt als stadshond, eventueel zelfs met veel kinderen in huis. Zelfs een ruwe knuffel vindt hij niet erg. Zolang het maar niet een helemaal vreemde betreft natuurlijk. Onbekende mensen en dieren, ook honden, treedt hij voorzichtig tegemoet, zelfs wantrouwend. (Uitzonderingen daar gelaten). Buiten gaat hij vreemden uit de weg. Provoceer je hem, dan heb je hem tegen. Hij bewaakt zijn eigen omgeving en bewaakt die ook goed. Soms verheft hij zijn stem daarbij niet eens. Hij gromt dan wat, dreigt een beetje en ondanks zijn kleine formaat begrijpt iedereen meteen wat er aan de hand is.Het karakter van een Shiba

Voor onze jaartelling moeten er al honden hebben bestaan die op de Shiba leken. Men heeft namelijk resten van dergelijke honden gevonden die dateren het van zogenaamde Jōmon-tijdperk, een tijdvak dat volgens de westerse tijdrekening in de tweede helft van de laatste 1000 jaar voor Chr. moet worden geplaatst. Het is echter meer dam waarschijnlijk dat ze al lang voor die tijd op de Japanse eilanden aanwezig waren. In ieder geval is voor deze hond een doorlopende geschiedenis van bijna 3000 min of meer aangetoond.

Theorieën over de afstamming van de Shiba Inu, over zijn voorouders en waar die vandaan kwamen, moeten met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Vaak citeert de ene schrijver de andere, zonder dat er oorspronkelijke bronnen bestaan. Afstammingstheoretici beweren echter dat de Shiba en zijn directe verwanten afkomstig moeten zijn uit het zuiden van China. De overeenkomst met de in die streek levende Pariahonden en ook zijn gelijkenis met de Mongoolse en Chinese wolf (Canis Lupus chano) doen in ieder geval vermoeden dat deze hond zijn oorsprong ergens in China moet hebben gehad. Hij zou dan samen met binnentrekkende volken via Korea Japan hebben bereikt. Dat was de gebruikelijke weg voor veel van de Japanse cultuurgoederen zoals religie, schrift en wapentechnologie. De Shiba ziet er met zijn schuine ogen inderdaad nogal primitief uit. (Inu is trouwens het Japanse woord voor hond). Ook andere uiterlijke kenmerken wijzen op een oorspronkelijke hond en veronderstellen een grote verwantschap met de Pariahonden uit Zuidoost-Azië.

Keiko en Rontu in de bergenUit diverse bewijzen kan worden opgemaakt dat hij een van de oudste Japanse rassen is. Dit valt bijvoorbeeld af te leiden uit de gebieden waarover hij verspreid voorkwam. De Shiba leefde voornamelijk in het centrale en westelijke deel van het hoofdeiland Honsjoe, en dat vooral in vaal bergachtige en sterk beboste streken. Iedere streek herbergde al sinds mensenheugenis haar eigen regionale variëteit, die ook een eigen lokale naam bezat. Het ras was uit die verschillende variëteiten opgebouwd en stond bekend onder namen als Sanin Shiba, Mino Shiba en Shinshuh Shiba. Uiteindelijk is voor de meest algemene naam Shiba (kleine hond) gekozen.

De Shiba is een typische vertegenwoordiger van de Aziatische keesachtigen, honden die over het algemeen (en de Japanse in het bijzonder) uitstekend als waakhond en met name als jachthond fungeerden. Dat geldt ook voor de Shiba, die veel voor de jacht op vogels werd gebruikt. Een van zijn specialismen was het opsporen van de yamadori, een soort bergfazant. Hij werd echter ook voor de jacht op groter wild ingezet. Zo was deze kleine hond vertrouwd met de jacht op hazen, vossen en dassen, en wat gezien zijn afmeting minder in de lijn der verwachtingen ligt eveneens met de jacht op beren wilde zwijnen en herten. Uit het feit dat hij zulk uiteenlopend wild aankon blijkt wel dat de Shiba geen alledaagse jachthond was. Dat was ook de reden waarom er in de streken van herkomst weinig andere honden werden ingevoerd. De Shiba werd dus in hoge mate zuiver gefokt.

Keiko en Rontu op een rotsblokIn de jaren 1910-1920 kende Japan een grote opbloei in de belangstelling voor (huis)dieren van eigen bodem. Deze dieren werden bestudeerd, hun belang werd vastgesteld, men nam pogingen om de betreffende dieren te behoeden voor een eventueel verval en richtte diverse verenigingen op dat gebied op. Deze initiatieven werden officieel ondersteund door de Japanse overheid. Dat mondde zelfs uit in een wet waarin de van oorsprong inheemse rassen werden beschermd en tot nationaal beschermd erfgoed werden verklaard. In dat kader werd in 1936 ook de Shiba in bescherming genomen tegen enig verval, een unieke situatie in de wereld van de kynologie. De Shiba nam weliswaar in het geheel genomen slechts een bescheiden plaats in de Japanse cultuur in, maar hij werk toch als bijzonder onderdeel van die cultuur beschermd op een manier die menig liefhebber van zeldzame rassen jaloers zou maken. De fokkerij werd trouwens op dezelfde basis voortgezet als voorheen. Dat betekende dat het fokken van deze honden binnen een bepaalde families een traditie bleef. Het leven van de gehele familie was op die traditionele taak afgestemd. Ondanks al deze voorzorgsmaatregelen en tradities raakte de Shiba na de Tweede Wereldoorlog toch in verval. Als gevolg daarvan trokken kynologen erop uit om in de gebieden van oorsprong nog levende, authentieke exemplaren van het ras op te sporen. Zij troffen vooral in de dorpen en het centrale deel van het eiland nog enkele meest getypeerde hondjes aan, en met behulp van exemplaren werd het ras nieuw leven ingeblazen.

Tegenwoordig is de Shiba in de streken waar hij oorspronkelijk vandaan komt, weer bijzonder populair als jachthond en dan met name voor de jacht op veerwild. Hij wordt echter ook wel als waakhondje ingezet. Vanwege zijn geringe schouderhoogte heeft hij er nog een nieuwe taak bij gekregen, namelijk die van gezelschapshond. Dit heeft grote gevolgen voor het ras gehad, in die zin dat de Shiba inmiddels een van de populairste gezelschaps- en tentoonstellingshonden van Japan is. Hij is sinds de jaren '70 ook in Europa ingeburgerd. Daar beschouwt men zijn vervlechting met de traditionele Japanse cultuur als een van de grootste charmes van de Shiba. Evenals de Japanse cultuur is deze hond meer dan alleen een stijl of mode. De Shiba weerspiegelt in uiterlijk en gedrag de Japanse manier van leven.